Status van de Wet arbeidsmarkt in balans

Geplaatst op 7 maart 2019

De Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) bevat een pakket aan maatregelen dat de verschillen tussen vaste banen en flexwerk moet verkleinen. Hierdoor moet het voor werkgevers aantrekkelijker worden om mensen een vast contract aan te bieden, terwijl flexibel werk mogelijk blijft waar het werk dat vraagt. Het wetsvoorstel is in februari aangenomen door de Tweede Kamer en gaat nu door naar de Eerste Kamer voor behandeling. Het beoogde tijdstip van inwerkingtreding van de Wab is 1 januari 2020.

Wat zijn de belangrijkste voorstellen uit deze nieuwe arbeidswet?

  • Werknemers krijgen vanaf de eerste dag recht op een transitievergoeding (ontslagvergoeding), ook tijdens de proeftijd. Nu ontstaat dat recht pas vanaf het moment waarop een dienstverband twee jaar bestaat. Maar de opbouw van de transitievergoeding wordt verlaagd bij lange dienstverbanden.
  • Ontslag wordt ook mogelijk als er sprake is van een optelsom van omstandigheden, de zogenaamde cumulatiegrond. De werknemer kan maximaal een halve transitievergoeding extra krijgen (bovenop de transitievergoeding), wanneer de cumulatiegrond gebruikt wordt voor het ontslag.
  • De WW-premie wordt voor werkgevers voordeliger als ze een werknemer een vaste baan aanbieden in plaats van een tijdelijk contract. Nu is de hoogte van de WW-premie afhankelijk van de sector waar een bedrijf actief in is.
  • De opeenvolging van tijdelijke contracten die leidt tot een vast contract, de zogenaamde ketenbepaling, wordt verruimd. Nu is het mogelijk om aansluitend drie tijdelijke contracten in twee jaar aan te gaan. Dit worden drie contracten in drie jaar.
  • Werknemers die op payrollbasis werken, krijgen minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die in dienst zijn bij de opdrachtgever. Hierbij krijgen ze recht op een, qua premielast, vergelijkbaar pensioen.
  • Er worden maatregelen genomen om verplichte permanente beschikbaarheid van oproepkrachten te voorkomen. Zo moet een werknemer minstens vier dagen van tevoren door de werkgever worden opgeroepen. Ook houden oproepkrachten recht op loon als het werk minder dan vier dagen van tevoren wordt afgezegd. De termijn van vier dagen kan bij cao worden verkort tot één dag.