Transitievergoeding vanaf 1 januari 2020: nader ingezoomd

Geplaatst op 24 oktober 2019

Met de inwerkingtreding van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) per 1 januari 2020 gelden direct ook andere regels voor de transitievergoeding. Zo krijgen werknemers vanaf de eerste dag recht op een transitievergoeding, dus ook tijdens de proeftijd.

Hebben alle medewerkers die vanaf 1 januari 2020 uit dienst gaan recht op een transitievergoeding?
Nee, als het dienstverband op initiatief van de werknemer wordt beëindigd of niet verlengd (in geval van een tijdelijk contract) is er geen recht op de transitievergoeding. Ook in de volgende gevallen heeft de werknemer géén recht op de transitievergoeding:

  • Bij een beëindiging van het contract met wederzijds goedvinden.
  • Als de werknemer is ontslagen, omdat hij ernstig verwijtbaar handelde of ernstig verwijtbaar nalatig was, tenzij de kantonrechter anders beslist.
  • Als de werknemer die is ontslagen nog geen 18 jaar is en gemiddeld ten hoogste 12 uur per week werkte.
  • Als de werknemer ontslagen is, omdat hij de AOW- gerechtigde of andere pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt of na het bereiken van deze leeftijd.
  • Als het bedrijf failliet is gegaan of als de werkgever in de schuldsanering terecht is gekomen. Dit geldt ook als de rechtbank de werkgever surseance van betaling (uitstel van betaling) heeft verleend, omdat hij de schulden niet kan betalen.
  • Als bij cao een andere voorziening is afgesproken. Bij cao kan vanaf 1 januari 2020 (ten nadele van de werknemer) worden afgeweken van de transitievergoeding, en is meer maatwerk mogelijk. Wel moet de cao voorzien in een redelijke financiële vergoeding of in voorzieningen die de kans op nieuw werk vergroten.
  • Als de werknemer vóór het (van rechtswege) eindigen van een tijdelijk contract een volgend tijdelijk contract is aangegaan met de werkgever.

Bij wie ligt het initiatief om de transitievergoeding uit te betalen, bij de werknemer of de werkgever?
De transitievergoeding is automatisch verschuldigd als, kort samengevat, de werkgever het initiatief neemt om het arbeidscontract te beëindigen of niet te verlengen. De wetgever gaat ervan uit dat de werkgever de verschuldigde transitievergoeding uitbetaalt bij de eindafrekening (uiterlijk de loonronde volgend op de ontslagdatum). Doet een werkgever dat (bewust) niet, dan heeft de werknemer maximaal drie maanden de tijd (te rekenen vanaf de ontslagdatum) om de transitievergoeding via de rechter op te eisen.