Conceptwetsvoorstel: Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring

Geplaatst op 5 november 2019


De huidige wetgeving knelt in de visie van het kabinet voor zzp’ers (zelfstandige zonder personeel) en hun opdrachtgevers. Daarom zijn in het regeerakkoord maatregelen aangekondigd om deze partijen meer zekerheid te geven over de kwalificatie van hun arbeidsrelatie én om schijnzelfstandigheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt te voorkomen.

Daarom doet de regering een voorstel voor twee maatregelen:
1. Minimumtarief van € 16,-
2. Zelfstandigenverklaring

Het minimumtarief van € 16,- per uur richt zich op de onderkant van de zzp-markt.
Het minimumtarief moet voorkomen dat zzp’ers voor een tarief werken waar ze niet van kunnen leven. Of waarmee ze onvoldoende verdienen om zich te verzekeren of om te sparen voor slechtere tijden. Het minimumtarief geldt zowel bij zakelijke klanten als particuliere klanten. Het minimumtarief zal gelden voor alle uren die een zzp’er aan een opdracht besteedt. Hierbij is ermee rekening gehouden dat gemiddeld een derde van de tijd wordt besteed aan overige werkzaamheden (o.a. administratie). Het tarief is exclusief directe kosten voor een klus (bijvoorbeeld materiaal).

De zelfstandigenverklaring is bedoeld voor zzp’ers die tegen een hoog tarief van meer dan € 75 per uur werken. Zij krijgen de mogelijkheid om onder voorwaarden een zelfstandigenverklaring te gebruiken. Hiermee kunnen ze vooraf met hun opdrachtgever afspreken dat ze als zelfstandige werken. Om de zelfstandigenverklaring te kunnen gebruiken, is een inschrijving bij de Kamer van Koophandel nodig. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, lopen opdrachtgevers maximaal een jaar geen risico op naheffing loonheffing. Ook biedt de zelfstandigenverklaring zekerheid over arbeidsrechtelijke gevolgen, pensioen en cao-bepalingen.

Het minimumtarief en de zelfstandigenverklaring moeten per 1 januari 2021 in werking treden. Op dit moment is het wetsvoorstel in internetconsultatie. Dit houdt in dat het wetsvoorstel zes weken open staat voor reacties van burgers en maatschappelijke organisaties. Na de internetconsultatie wordt het wetsvoorstel gereed gemaakt voor advies van de Raad van State en vervolgens voor indiening aan de Tweede Kamer.