Berekening transitievergoeding vanaf 1 januari 2020

Geplaatst op 21 november 2019

Met de inwerkingtreding van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) per 1 januari 2020 gelden direct ook andere regels voor de transitievergoeding. In ons nieuwsbericht van 24 oktober hebben we je geïnformeerd over wanneer een werknemer wel of geen recht heeft op de transitievergoeding. Maar hoe bereken je de transitievergoeding vanaf 1 januari? Dat lees je hieronder.

Hoe moet de transitievergoeding berekend worden vanaf 1 januari?
Hoofdregel voor de berekening is: 1/3 maandsalaris per dienstjaar. In veel gevallen is de werknemer niet een exact aantal jaren in dienst geweest. Dan geldt voor het resterende deel van het laatste jaar:
(totaal verdiende bruto loon over het resterende laatste jaar / bruto maandsalaris) x (1/3 bruto maandsalaris / 12).

Rekenvoorbeeld: de werknemer is 4 jaar, 7 maanden en 3 dagen in dienst geweest. Het bruto maandloon was € 3112,61. Over de 7 maanden en 3 dagen heeft de werknemer in totaal € 22.089,49 verdiend.
Dan is de transitievergoeding als volgt:
Vergoeding over hele jaren = 4 jaar * (1/3 * € 3112,61) = € 4150,15
Vergoeding over resterende jaar = (€ 22.089,49 / € 3112,61) * (1/3 * € 3112,61 / 12) = € 613,60
Totale transitievergoeding = € 4150,15 + € 613,60 = € 4763,75

Hoe bereken je de transitievergoeding bij een oproepkracht?
Bij een oproepkracht zal vrijwel altijd sprake zijn van een wisselende arbeidsduur. Volgens het ‘Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding’ moet in die situatie het bruto uurloon vermenigvuldigd worden met het gemiddeld aantal gewerkte uren per maand over de afgelopen twaalf maanden. Als er sprake is van een oproepovereenkomst die nog geen jaar geduurd heeft, moet uitgegaan worden van het gemiddeld aantal gewerkte uren per maand over de duur van het dienstverband. Op die manier stel je het bruto maandloon vast. Vervolgens geldt de reguliere berekening.

Hoe wordt de transitievergoeding berekend bij ultrakorte dienstverbanden?
Het gaat hier om dienstverbanden met een duur korter dan één maand. Denk bijvoorbeeld aan een werknemer die in de proeftijd ontslagen wordt. Voor de berekening van de transitievergoeding moet dan bekeken worden hoeveel loon (inclusief vaste en variabele looncomponenten) de werknemer verdiend heeft over de gehele duur van het dienstverband.
Om de berekening van de transitievergoeding zo eenvoudig mogelijk te houden mag je het verdiende loon bij wijze van fictie gelijkstellen aan het maandloon. Uitgaande van een transitievergoeding die gelijk is aan 1/3 maandsalaris per dienstjaar, luidt de berekening dan als volgt:
1/3 x 1/12 x het verdiende fictieve maandloon.
Rekenvoorbeeld: de werknemer heeft 12 dagen gewerkt en over die periode € 1400,- aan bruto loon verdiend. Dan is de transitievergoeding:
1/3 x 1/12 x € 1.400 = € 38,89.