Schriftelijke arbeidsovereenkomst voorwaarde voor lage WW-premie

Geplaatst op 14 januari 2020

Schriftelijke arbeidsovereenkomst voorwaarde voor WW-premie

Conform de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) die per 1 januari 2020 in is gegaan geldt een WW-premiedifferentiatie die via de salarisverwerking berekend en afgedragen wordt. Het betreft een werkgeverspremie.

Wanneer geldt welke premie?
Het lage percentage van 2,94% mag toegepast worden voor medewerkers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd dat géén oproepcontract is. Dit geldt ook voor BBL-leerlingen met een praktijkovereenkomst en voor medewerkers jonger dan 21 jaar met een klein dienstverband (gemiddeld 12 uur of minder per week).
Het hoge percentage van 7,94% geldt voor alle andere arbeidsovereenkomsten; dus voor tijdelijke contracten en oproepcontracten (nul-uren of min-max overeenkomsten).

Het verschil tussen de hoge en lage WW-premie is fors (5%). De overheid wil werkgevers hiermee stimuleren om medewerkers een vaste baan aan te bieden. Bij een heffingsloon van bijvoorbeeld € 2000,- is het verschil € 100,- per maand. Dit is ook goed om in het achterhoofd te houden bij de keuze om een arbeidsovereenkomst (nogmaals) tijdelijk te verlengen of om te zetten naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Wat zijn de voorwaarden voor het lage premiepercentage?
Om het lage percentage te mogen toepassen moet de werkgever een schriftelijk bewijs van de vaste arbeidsovereenkomst in de administratie (personeelsdossier) hebben. Hieruit moet blijken dat de medewerker op 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst was. Dit is dus de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of het addendum (bevestigingsbrief) waarin de tijdelijke arbeidsovereenkomst wordt omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst of het addendum moet door werkgever en medewerker ondertekend zijn.

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geeft werkgevers tot 1 april 2020 de tijd om ervoor te zorgen dat hun administratie voldoet aan de eisen voor het toepassen van de lage WW-premie. Tot 1 april 2020 mogen zij zonder addendum tóch de lage premie toepassen voor medewerkers met een vaste arbeidsovereenkomst. Voldoet de werkgever niet vóór 1 april aan die eis, dan moet hij met terugwerkende kracht alsnog de hoge WW-premie betalen.
Let op: deze coulance geldt alleen voor medewerkers die vóór 1 januari 2020 al in dienst waren. Nieuwe vaste arbeidsovereenkomsten met een vaste omvang moeten wel meteen door beide partijen ondertekend in de administratie bewaard worden.
Ook moet in de aangifte loonheffingen vanaf 1 januari meegegeven worden dat er een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanwezig is. Alleen dan mag de lage WW-premie toegepast worden.

Wat als er geen schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanwezig is?
Wanneer er geen schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanwezig is, dan moet er alsnog tussen werkgever en medewerker bevestigd worden dat er (vóór 1 januari 2020) sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Dit kan een schriftelijk en door beide partijen ondertekend addendum zijn. Maar het mag ook een instemming per e-mail zijn. Een werkgever kan dus volstaan met een e-mail aan de medewerker met daarin de vraag of de medewerker wil bevestigen dat hij/zij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft en dat dit geen oproepovereenkomst is. Het bevestigende antwoord van de medewerker moet bewaard worden in de personeelsadministratie. Werkgevers moeten dit vóór 1 april 2020 op orde hebben.